Wie al dan niet via de Zen belangstelling krijgt voor de Japanse cultuur komt vroeg of laat in contact met de haiku; een uiterst compact 3-regelig gedicht van 17 lettergrepen (verdeling 5-7-5 lettergrepen). Een haiku vormt in wezen een zin die letterlijk in een adem gelezen kan worden. Verdere vormvereisten zoals rijm en maat zijn er niet. Deze beknopte vorm vraagt zowel van de lezer als van de maker grote aandacht. Elk woord moet raak zijn en een bijdrage leveren aan wat de dichter wil uitdrukken. Het is een poging om met slechts een paar verbale penseelstreken een moment, een situatie, een stemming aan te duiden, te “vangen”. De woorden zijn eenvoudig en gewoon; het is geen mooischrijverij. Bijvoeglijke naamwoorden worden nagenoeg niet gebruikt. Het is een onopgesmukte beschrijving van wat de dichter treft of heeft getroffen.